Datering

Horlogekastje

Horlogekastje

Uitgebreide beschrijving

Eikehouten horlogekastje met daarin een los schuifje van iepehout. Het voorfront heeft een rond gat voor het horloge en de vorm van een vierkant met daarboven een sparreboom met een vogel in top . Het is versierd met kerfsnee houtsnijwerk en heeft een gesneden jaartal "ANNO 1909" en de initialen "C.C.V. De achterkant heeft een rondgaatje voor ophanging. In het losse schuifje is een merkteken met letters geponst. Het geheel is met spijkers in elkaar gezet en donkerbruin gelakt.

Identificatie
Titel
Horlogekastje
Objectnummer
006864
Handle
http://hdl.handle.net/21.12111/zzm-collect-2504
Objectcategorie
Huisraad
Objecttype
  • kast (meubilair)
    Bergplaats, meestal afgesloten met een of meer deuren, losstaand of ingebouwd. (Haslinghuis)Meubelstuk om alle mogelijke zaken in op te bergen. Staat veelal op poten of een voetlijst, heeft een of meer deuren en aan de binnenzijde legplanken, laden of een kledingrek. Kasten in kerken en kloosters kunnen deel uitmaken van de kerk- of klooster-geschiedenis, vanwege functie en gebruik. (Religieus Erfgoedthesaurus)
  • horlogekastje
    De kasten of buitenste omhulsels voor de uurwerken van horloges. (AAT-Ned)
Werk
Breedte
12.0 cm
Hoogte
27.0 cm
Diepte
4.5 cm
Museum
Zuiderzeemuseum Enkhuizen
Vervaardiging
Datering
Materiaal
  • iepenhout
    Iepenhout is een inheemse houtsoort dat afkomstig is van de iep. Het hout is zeer taai, vrij hard en wordt weinig gebruikt als timmerhout omdat het snel door houtworm wordt aangetast als het niet regelmatig in trilling wordt gebracht. (Haslinghuis)
  • eikenhout
    Eiken is het hout van de Quercus robur. Het hout is hard en goed bestand tegen water. Het is in Noord-Europa op grote schaal gebruikt in de bouw, voor schepen, meubels en panelen. (Conservation Dictionary)Eikenhout is het hout van de eikenboom. Eikenhout is een zeer duurzame houtsoort met wijde poriën, en met brede glinsterende spiegels wanneer het dosse gezaagd is. Het is belangrijk materiaal voor balken, kappen, kozijnen, deuren, betimmeringen e.d.. Tot in de 17e zeer algemeen toegepast, tegenwoordig door schaarste kostbaar en als timmerhout vrijwel geheel door naaldhout verdrongen. Het laat zich goed besnijden en is daarom geschikt voor het maken van meubels. Voor betimmeringen gebruikte men graag wagenschot en gekloofde planken. Eikenhout werd doorgaans aangeduid naar de plaats van herkomst of naar de doorvoerhaven: bv. Deventer hout, Zutphense planken, Hasselts hout (aangevoerd langs de Overijsselse Vecht), Rijns eiken, Wezels hout (langs de Lippe, Ruhr en Rijn aangevoerd), Brabants hout. Noords eikenhout kwam uit Noord-Duitsland en de Oostzeelanden. In Oost-Nederland werd veel inlands eiken verwerkt. Thans is er in hoofdzaak Frans, Westfaals en Slavonisch eiken in de handel. (Haslinghuis)
Techniek
  • houtsnijwerk
    Houtsnijwerk is hout, dat bewerkt is met een stuk snijdgereedschap, waardoor het een bepaalde vorm krijgt. Dit wordt dan op bijvoorbeeld klokken of meubilair aangebracht om het er mooier uit te laten zien. Vroeger was dit het ambacht van de houtsnijder en de beeldsnijder, tegenwoordig wordt het vaak machinaal met een freesmachine aangebracht. (Wikipedia)
Verwerving en licentie
Verworven
aankoop 15 maart 1961
Copyright
BY-SA
Locaties
  • Marken
Reproductie
Vervaardiger van reproductie
Wim Zandbergen

Trefwoorden