Datering

Lepelrek

Eikenhouten lepelrek

Uitgebreide beschrijving

Eikenhouten lepelrek, (a) langwerpig met boogvormige bovenkant, voorzien van drie dwarsplankjes, met geschulpte rand, waarin ronde en rechthoekige uitsparingen voor de 12 tinnen lepels (b t/m m). Lepelrek is versierd met ajour-snijwerk. Tussen de dwarslatjes twee bloemen binnen een cirkel, bovenin is een hartvorm en onder zijn de letters "IVDC" uitgespaard. Het geheel is voorzien van een sierrand. Onderaan is een deel van een jaartal gesneden "18.." Het geheel is met klinknagels in elkaar gezet. Lepels hebben een ovalen bak en zijn niet identiek aan elkaar. Groot deel van onderkant is afgebroken en ontbreekt. Van bovenkant ontbreekt deel van sierrand.

Identificatie
Titel
Lepelrek
Objectnummer
004068
Objectcategorie
Huisraad
Objecttype
  • lepelrek
    Houders op een voet, met in het midden een kolom, waaraan lepels kunnen worden opgehangen. Gebruik 'lepelvaasjes' voor kleine vazen met een geschulpte rand waarin lepels worden bewaard. (AAT-Ned)
Persistente URL
http://hdl.handle.net/21.12111/zzm-collect-12952
Werk
Breedte
23.0 cm
Hoogte
70.3 cm
Diepte
9.8 cm
Museum
Zuiderzeemuseum Enkhuizen
Vervaardiging
Datering
Materiaal
  • tin
    Pewter is een legering van tin (80-90%) met lood (20-10%), tegenwoordig met antimoon.
  • eikenhout
    Eiken is het hout van de Quercus robur. Het hout is hard en goed bestand tegen water. Het is in Noord-Europa op grote schaal gebruikt in de bouw, voor schepen, meubels en panelen. (Conservation Dictionary)Eikenhout is het hout van de eikenboom. Eikenhout is een zeer duurzame houtsoort met wijde poriën, en met brede glinsterende spiegels wanneer het dosse gezaagd is. Het is belangrijk materiaal voor balken, kappen, kozijnen, deuren, betimmeringen e.d.. Tot in de 17e zeer algemeen toegepast, tegenwoordig door schaarste kostbaar en als timmerhout vrijwel geheel door naaldhout verdrongen. Het laat zich goed besnijden en is daarom geschikt voor het maken van meubels. Voor betimmeringen gebruikte men graag wagenschot en gekloofde planken. Eikenhout werd doorgaans aangeduid naar de plaats van herkomst of naar de doorvoerhaven: bv. Deventer hout, Zutphense planken, Hasselts hout (aangevoerd langs de Overijsselse Vecht), Rijns eiken, Wezels hout (langs de Lippe, Ruhr en Rijn aangevoerd), Brabants hout. Noords eikenhout kwam uit Noord-Duitsland en de Oostzeelanden. In Oost-Nederland werd veel inlands eiken verwerkt. Thans is er in hoofdzaak Frans, Westfaals en Slavonisch eiken in de handel. (Haslinghuis)
Techniek
  • ajourwerk
    Verwijst naar werk dat is gemaakt van linnen of een andere stof, waarop een motief is aangebracht door een draad te trekken door het materiaal, waardoor een maaswerk ontstaat dat vervolgens met steken wordt bewerkt. Het werd vooral ontwikkeld in Italië« en was een voorloper van de naaldkant uit de 16de eeuw. Het werd ook daarna nog in veel landen geproduceerd en is vaak te zien als standaard naaldwerk op borduurmerklappen uit de 17de eeuw en later. (AAT-Ned)
Verwerving en licentie
Verworven
aankoop 15 januari 1953
Copyright
BY-SA
Reproductie
Vervaardiger van reproductie
Wim Zandbergen

Trefwoorden