Datering
Maker Onbekend

Roerklik. Afkomstig van een IJsselaak.

Roerklik. Hol model. Versierd met houtsnijwerk: drie tonnetjes (de klaver) en een daaruit voortkomende rudimentaire tak. Eikenhout en grenenhout. Meerkleurig beschilderd. In het smalle gedeelte van de klik is een gat geboord. Krimpscheuren.
De klik is afkomstig van een IJsselaak.
literatuur: - Catalogus Scheepssier in Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, nr. 86 - Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1983, p. 22

Identificatie
Titel
Roerklik. Afkomstig van een IJsselaak.
Objectnummer
FSM-1983-077
Objecttype
  • Roerklikken
    Vorm van scheepssier. Los sierstuk, op de bovenzijde van het roer bij diverse zeilschepen. (De Binnenvaart)
  • Roersier
  • Scheepssier
    Al datgeen aan boord van een schip dat mooier gemaakt is dan strikt noodzakelijk is of dat voornamelijk voor het mooi aangebracht is. (De Binnenvaart)
Persistente URL
http://hdl.handle.net/21.12111/fsm-collect-1000003040
Over
Onderwerpen
  • IJsselaken
    Het type is ontstaan rond de Hollandse IJssel. Ze werden veelvuldig voor het vervoer zand riet en bouwmaterialen gebruikt. De Rietaak en de Zandaak worden vaak tot de IJsselaken gerekend. De houten IJsselaken waren tot circa 13,5 meter lang. (MARDOC)IJsselaakjes hebben een voorstevenbalk en zijn over het algemeen wat kleiner dan bijv. de Hagenaar of de Hasselteraak. Ze hebben meestal een beetje volle en hoge kop, een geveegd achterschip en een fraaie zeeg. De boeisels, op voor- en achterschip staan meestal in lijn met de romp, soms vallen ze iets naar binnen. (De Binnenvaart)
  • Aken
    Shallow draft cargo vessel, often broad beamed and flat bottomed, powered by engine and or sail.Lang open, bakachtig (zeil)vaartuig voor vrachtvervoer op de grote rivieren, ook als veerpont. Een steven loos vaartuig met vlakke bodem, dat voor en achter meestal trapeziumvormig toeloopt in een heve. De zijden zijn verticaal aan de bodem verbonden of vallen iets naar buiten.
Werk
Breedte
12.0 cm
Hoogte
20.0 cm
Lengte
109.0 cm
Museum
Fries Scheepvaart Museum
Vervaardiging
Maker
  1. Onbekend
Datering
Materiaal
  • Eikenhout
    Eiken is het hout van de Quercus robur. Het hout is hard en goed bestand tegen water. Het is in Noord-Europa op grote schaal gebruikt in de bouw, voor schepen, meubels en panelen. (Conservation Dictionary)Eikenhout is het hout van de eikenboom. Eikenhout is een zeer duurzame houtsoort met wijde poriën, en met brede glinsterende spiegels wanneer het dosse gezaagd is. Het is belangrijk materiaal voor balken, kappen, kozijnen, deuren, betimmeringen e.d.. Tot in de 17e zeer algemeen toegepast, tegenwoordig door schaarste kostbaar en als timmerhout vrijwel geheel door naaldhout verdrongen. Het laat zich goed besnijden en is daarom geschikt voor het maken van meubels. Voor betimmeringen gebruikte men graag wagenschot en gekloofde planken. Eikenhout werd doorgaans aangeduid naar de plaats van herkomst of naar de doorvoerhaven: bv. Deventer hout, Zutphense planken, Hasselts hout (aangevoerd langs de Overijsselse Vecht), Rijns eiken, Wezels hout (langs de Lippe, Ruhr en Rijn aangevoerd), Brabants hout. Noords eikenhout kwam uit Noord-Duitsland en de Oostzeelanden. In Oost-Nederland werd veel inlands eiken verwerkt. Thans is er in hoofdzaak Frans, Westfaals en Slavonisch eiken in de handel. (Haslinghuis)
  • Grenenhout
    Grenenhout is een houtsoort dat afkomstig is van de grove den (Pinus silvestris) met roodbruine noesten en jaarringen, harsrijk, vrij duurzaam. Deze houtsoort is voornamelijk uit Scandinavië en de Oostzeelanden ingevoerd. Oorspronkelijk werd het aangeduid als vuren, doordat de grove den in Noorwegen furuen wordt genoemd. Het hout van de zilverspar (granen) wordt sinds de 17e eeuw in Nederland vuren genoemd, dat van de grove den grenen. Deze verwarrende naamsverwisseling dient bij het lezen van oude bronnen terdege in de gaten gehouden te worden. (Haslinghuis)
  • Hout
    Hout is een bouwmateriaal, afkomstig van boomstammen en -takken. Naast merg, spint en schors vormt het daarvan het voornaamste bestanddeel. Ten noorden van de Alpen is hout van oudsher het belangrijkste bouwmateriaal. Onderscheiden worden naaldhout van naaldbomen (dennen, grenen, vuren) en loofhout van loofbomen (eiken, beuken enz.). De stammen werden meestal in het groeigebied gekantrecht en per vlot of in een schip over water vervoerd. De houthandel en -nijverheid concentreerden zich in Nederland vooral in Dordrecht, Amsterdam, Deventer en later ook in de Zaanstreek. Voor regionaal gebruik concentreerde de houthandel zich ook in plaatsen als ’s-Hertogenbosch, Schoonhoven en Tiel. (Haslinghuis)
Aankoop & Licentie
Licentie
BY-SA

Trefwoorden