Datering

Roerklik

Houten binnenschepen pronkten met hun achterschip. Bij het voorbij varen op rivieren en kanalen richtte de blik zich vanzelf op dit deel van het schip. Ook het roer achterop het schip kreeg veel aandacht. Er bestaan verschillende soorten versiering voor de bovenzijde van een roer: roerkoppen, roerklikken, roerleeuwen.

Roerklik. Hol model. Versierd met houtsnijwerk: drie tonnetjes (de klaver) en een daaruit voortkomend gegolfd tongetje. Aan onderzijde ijzeren lip voor bevestiging op het roer. Meerkleurig beschilderd. Gebarsten.

Identificatie
Titel
Roerklik
Objectnummer
006867
Objectcategorie
Scheepsonderdelen
Objecttype
  • roerklik
    Vorm van scheepssier. Los sierstuk, op de bovenzijde van het roer bij diverse zeilschepen. (De Binnenvaart)
  • scheepssier
    Al dat geen aan boord van een schip dat mooier gemaakt is dan strikt noodzakelijk is of dat voornamelijk voor het mooi aangebracht is. (De Binnenvaart)
Persistente URL
http://hdl.handle.net/21.12111/zzm-collect-10554
Over
Trefwoorden
  • scheepssier
    Al dat geen aan boord van een schip dat mooier gemaakt is dan strikt noodzakelijk is of dat voornamelijk voor het mooi aangebracht is. (De Binnenvaart)
Werk
Breedte
11.0 cm
Hoogte
24.0 cm
Museum
Zuiderzeemuseum Enkhuizen
Vervaardiging
Datering
Materiaal
  • eikenhout
    Eiken is het hout van de Quercus robur. Het hout is hard en goed bestand tegen water. Het is in Noord-Europa op grote schaal gebruikt in de bouw, voor schepen, meubels en panelen. (Conservation Dictionary)Eikenhout is het hout van de eikenboom. Eikenhout is een zeer duurzame houtsoort met wijde poriën, en met brede glinsterende spiegels wanneer het dosse gezaagd is. Het is belangrijk materiaal voor balken, kappen, kozijnen, deuren, betimmeringen e.d.. Tot in de 17e zeer algemeen toegepast, tegenwoordig door schaarste kostbaar en als timmerhout vrijwel geheel door naaldhout verdrongen. Het laat zich goed besnijden en is daarom geschikt voor het maken van meubels. Voor betimmeringen gebruikte men graag wagenschot en gekloofde planken. Eikenhout werd doorgaans aangeduid naar de plaats van herkomst of naar de doorvoerhaven: bv. Deventer hout, Zutphense planken, Hasselts hout (aangevoerd langs de Overijsselse Vecht), Rijns eiken, Wezels hout (langs de Lippe, Ruhr en Rijn aangevoerd), Brabants hout. Noords eikenhout kwam uit Noord-Duitsland en de Oostzeelanden. In Oost-Nederland werd veel inlands eiken verwerkt. Thans is er in hoofdzaak Frans, Westfaals en Slavonisch eiken in de handel. (Haslinghuis)
  • verf
    Iedere dispersie van een pigment in een oplosmiddel van water, olie of een andere organische stof. (AAT-Ned)
Verwerving en licentie
Verworven
aankoop 15 maart 1961
Copyright
BY-SA
Reproductie
Vervaardiger van reproductie
Picturae