Datering
Maker Gebroeders Roorda

Deel van het zetboeisel van een skûtsje van de werf De Piip te Drachten

Deel van het zetboeisel van een skûtsje. Op het boeisel is te lezen: 'P. Visser Langweer ton'.
Het skûtsje waarvan het zetboeisel afkomstig is, werd in 1911-1912 gebouwd op scheepswerf 'De Piip' van de Gebroeders Roorda te Drachten. Het had werfnummer 54. Het werd gebouwd in opdracht van S.J. Visser uit Idskenhuizen. Twee maanden na de oplevering van het schip werd diens broer Pieter Visser eigenaar van het schip. Hij liet de voorletter S in het boeisel wegkappen en afdekken en liet van de voorletter J een P maken. Later werd van het skûtsje een woonark gemaakt, waarbij het zetboeisel bij de betimmering werd gebruikt. In 1964 werd de ark aangekocht door Klaas van der Meulen c.s. te Woudsend. Op de scheepswerf van Iege Blom te Hindeloopen kwam bij de restauratie van het skûtsje de plank weer tevoorschijn.

Identificatie
Titel
Deel van het zetboeisel van een skûtsje van de werf De Piip te Drachten
Objectnummer
FSM-1984-232
Objecttype
  • Zetboeisels
  • Boeisels
Persistente URL
http://hdl.handle.net/21.12111/fsm-collect-1000014107
Over
Onderwerpen
  • Skûtsjes
    Oorspronkelijk kleine Friese tjalken met een lengte tot circa 12 meter. De naam wordt tegenwoordig ook gegeven aan grote vrachttjalken die jaarlijks deelnemen aan het skûtsjesilen. (MARDOC)Zeilend, stalen kanaalscheepje met ronde vormen en kromme steven, sterk naar binnenvallend boeisel op voor- en achterschip, breed berghout met stuiten, gaffeltuig met de fok op een botteloef, uitgerust met een zogenaamde onderstijker voorzien van een wegerij, diepverzonken roef. Bij lengtes van 12 tot ruim 14 meter vaak rond de 3,3 meter breed. De grotere maten tot ca. 18 x 4,2 m. De holte bedroeg over het algemeen niet meer dan 1,2 meter. (De Binnenvaart)
  • Idskenhuizen
Werk
Breedte
2.0 cm
Hoogte
12.5 cm
Lengte
188.5 cm
Museum
Fries Scheepvaart Museum
Vervaardiging
Maker
  1. Gebroeders Roorda
Datering
Materiaal
  • Hout
    Hout is een bouwmateriaal, afkomstig van boomstammen en -takken. Naast merg, spint en schors vormt het daarvan het voornaamste bestanddeel. Ten noorden van de Alpen is hout van oudsher het belangrijkste bouwmateriaal. Onderscheiden worden naaldhout van naaldbomen (dennen, grenen, vuren) en loofhout van loofbomen (eiken, beuken enz.). De stammen werden meestal in het groeigebied gekantrecht en per vlot of in een schip over water vervoerd. De houthandel en -nijverheid concentreerden zich in Nederland vooral in Dordrecht, Amsterdam, Deventer en later ook in de Zaanstreek. Voor regionaal gebruik concentreerde de houthandel zich ook in plaatsen als ’s-Hertogenbosch, Schoonhoven en Tiel. (Haslinghuis)
Aankoop & Licentie
Licentie
BY-SA

Trefwoorden