Datering
Vervaardiger Siebe Jan Bouma

Huizen Ned. Herv. Kerk

Huizen Ned. Herv. Kerk met toren

Identificatie
Titel
Huizen Ned. Herv. Kerk
Objectnummer
F072558
Objectcategorie
Fotocollectie
Objecttype
  • dia
    Een dia (of diapositief) is een (met een zogenaamd omkeerprocedé) positief ontwikkelde kleuren- of zwart-witfoto op transparant materiaal. Kleurenfoto's voor publicatiedoeleinden worden meestal als dia gemaakt. In toenemende mate worden hiervoor echter digitale camera's ingezet.(Wikipedia)Positieve transparanten, geschikt voor projectie, al dan niet ingeraamd. Bij inraming twee formaten toegepast: 35mm-film en 6 x 6 cm. (AAT-Ned)
Persistente URL
http://hdl.handle.net/21.12111/zzm-collect-111946
Over
Trefwoorden
  • kerkgebouw
    Kerken zijn gebouwen waar de christelijke godsdienstoefening wordt gehouden. Aanvankelijk was de altaarruimte het belangrijkste onderdeel. In de verschillende katholieke liturgieën is deze dat nog. Sinds de Hervorming ook als preekkerk. Een parochie wordt bediend door een parochie- of kerspelkerk. Als aan de kerk een kapittel van kanunniken is verbonden, spreekt men van een collegiale of kapittelkerk. Een stifts-, abdij- of kloosterkerk behoort bij een kloostergemeenschap. De hoogste rang bezit een kathedraal of dom. (Haslinghuis)
  • kerktoren
    Kerktorens zijn hoogopgaande bouwwerken bij kerken. De plattegrond is gewoonlijk (bijna) vierkant, soms achthoekig, zelden zeshoekig, een enkele keer rond. De toren wordt bekroond met een spits, zadeldak, lantaarn of helm, waarop een kruis, meestal met een weerhaan. Sinds VII is de kerktoren in het bovendeel voorzien van een constructie voor het ophangen van luiklokken klokkenstoel. Sinds XIV-xv is de toren ook voorzien van een uurwerk met een of meer wijzerplaten. De gewone plaats van de kerktoren is midden voor de westgevel van de kerk. Andere plaatsen zijn een van de hoeken of terzijde van het schip of het koor. Meestal bevat een kerktoren een ingangsportaal. Romaanse en gotische kerken hebben vaak twee torens die de voorgevel met het middenportaal flankeren. Tegen de kerktoren is soms een traptoren gebouwd, tenzij de trappen zich inwendig bevinden of in de dikte van de muur zijn uitgespaard. Kenmerkend voor het romaans en de vroege gotiek zijn de twee westtorens die een travee van de middenbeuk insluiten. Deze opzet hangt samen met de opzet van het westwerk en de narthex. In de romaanse vorm zijn deze torens opgebouwd uit drie, vier of vijf geledingen met nagenoeg geen versmallingen. Elke geleding heeft nissen tussen lisenen. In de gotiek vertoont het torensilhouet duidelijke insnoeringen; omgangen met een borstwering markeren de geledingen. De bekroning krijgt de vorm van een naaldspits. De spitsbogige nissen en galmgaten tussen de soms zware steunberen doen schaduwpartijen ontstaan. Daarna wordt de constructie steeds meer open. De torens komen op de verzwaarde westelijke schippijlers in de ruimte te staan. Deze openheid uit zich ook in de lichte achtkante lantaarns die de bovenste geledingen vormen. De enkele toren vervangt in de late gotiek steeds meer het dubbele torenfront. De renaissance kwam weer tot een sterke horizontale deling, een stapeling van min of meer kubusvormige blokken. Voor het overige heeft de renaissance zich in hoofdzaak gemanifesteerd in de bekroningen waarmee zij al bestaande of onvoltooide torens verrijkte. Gedeeltelijk geldt dit ook voor de barok. In deze periode verdringt de oostelijke koepeltoren op de kruising echter de westtoren. De tempelfronten van het classicisme hadden voor een kerktoren in het geheel geen plaats. In Nederland kreeg de neogotische kerktoren na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie weer architectonische betekenis. (Haslinghuis)
  • gevel
    Driehoekige top van een muur of houten wand, die voor het dak is geplaatst, later in het bijz. de gehele driehoekig afgedekte voormuur van een huis of de voormuur in het algemeen, ook als de muur horizontaal is afgedekt. Tenslotte wordt van voor-, achter-, zij- en brandgevels gesproken. Zonder nadere aanduiding betekent gevel echter voorgevel. De esthetische werking van de gevel berust grotendeels op de verhouding en verdeling van gesloten en open partijen (dammen, vensters) en op de geleding: horizontaal door lijsten, friezen enz., verticaal door zuilen, pilasters, risalieten.
  • deur
    Barrières die draaien, schuiven, kantelen, of vouwen om een deuropening af te sluiten, meestal van een massieve en afgewerkte constructie en die meestal leiden naar binnenruimtes of die scheiden. Wordt ook gebruikt voor vergelijkbare elementen die een bak of een kast afsluiten. Voor minder massieve of afgewerkte constructies en die meestal twee buitenruimtes scheiden wordt 'hekken (poortonderdelen)' gebruikt. (AAT-Ned)
  • makelaar (geveltopteken)
    Houten versiering in de nok van een boerderij. Komt voor in Noord - Holland en Friesland. In Friesland is de makelaar vaak onderdeel van het uilebord. (Encyclo.nl)
Vervaardiging
Vervaardiger
  1. Siebe Jan Bouma
Datering
Verwerving en licentie
Copyright
BY-SA
Locaties
  • Huizen
Reproductie
Vervaardiger van reproductie
d/Arch
architect, ontwerper, tekenaar, aquarellist

Siebe Jan Bouma

Groningen (stad), 23 maart 1899 – Den Haag, 10 december 1959
Lees meer
RKD

Trefwoorden