Datering
Maker Gerrit Ritske Kruissink

Palingvisserij

Schutwant van palingvissers op het Enkhuizer Zand nabij het Krabbersgat en ijzeren Lemsteraak LE 50 van de gebroeders Poepjes.

Identificatie
Titel
Palingvisserij
Objectnummer
F001445
Objectcategorie
Fotocollectie
Objecttype
  • foto
    Niet bewegende afbeeldingen vervaardigd met van stralingsgevoelige materialen (gevoelig voor licht, elektronenstralen of nucleaire straling), met uitzondering van reproductieve afdrukken van documenten en technische tekeningen. Gebruik daarvoor termen, die bijeengebracht zijn onder 'reprografische kopieën'. Foto's kunnen positief of negatief zijn, ondoorschijnend of transparant (in vaktermen: opzicht of doorzicht).
Persistente URL
http://hdl.handle.net/21.12111/zzm-collect-27746
Over
Onderwerpen
  • Palingfuik
    Fuik voor de vangst van aal/paling. Bestaande uit een rond hoepels gespannen toelopend net met een maaswijdte van maximaal 35mm, waarin zich trechtervormige delen, de inkels, bevinden en eindigend in een soort van dichtgesnoerde zak, de kruik. Vaak voorzien van uitstaande vleugelnetten aan de eerste hoepel. De hoepels hebben een maximale doorsnede van 110 cm. (De Binnenvaart)
  • Schutnet
    Het vistuig bestaat uit een samenstel van netten die met de uiteinden aan elkaar verbonden zijn en die bevestigd zijn aan de naar boven gekeerde zogenaamde kurkreep en aan de onderzijde aan een zogenaamde lood- of steenreep. Aan de uiteinden van het samenstel lopen de repen nog door en verenigen zij zicht tot een lijn die aan een anker of dreg bevestigd wordt. De netten worden bij wassend water geplaatst op de rand van droogvallende platen of oevers. Bij hoog water bevinden zij zich dan geheel onder water en als met de volgende eb het water weer weggelopen is, treft men de achter het schutwant achtergebleven vissen op het droge aan en worden zij met het schepnet of zelfs met de hand bijeengegaard. In de Nederlandse benedenrivieren vooral voor de vangst van bot. Aan de Vlaamse kust komt deze methode voor als schutnet of stelnet. (MARDOC)Een schutnet of schutwant is een meestal dwars op de stroming of loop van het water staand vistuig, dat van bodem tot waterspiegel rijkt. Een soortgelijke constructie werd gebruikt bij het wiersnijden. Het schutwant kan gevormd worden door tussen palen geplaatste visnetten, maar ook door een combinatie van palen met vlechtwerken van wilgentenen, men spreekt dan echter vaker van een schutting of hort. Ze vormen ondermeer een onderdeel van de zalmsteek, de haringregel, de haringkamer, het botnet en diverse opstellingen met fuiken, zoals b.v. de dichtzet. Gerelateerde term: keerwant, vleugelnet.
  • Palingvisserij
  • Lemmeraak
    Nederlands vissersvaartuig genoemd naar de Friese stad Lemmer. Het werd gebruikt voor de visserij op de Zuiderzee met staande netten, kuil en sleepnetten en met hoekwant. Zij vervoerden ook mosselzaad naar Zeeland en werden daar eveneens gebruikt voor de mosselkweek en het transport van mosselen naar België. De kop was vol en hoog, het achterschip lager en rechter. Het was op een kiel gebouwd. De eerste Lemmeraak werd in 1876 te Lemmer gebouwd. Na 1870 werd een aantal schepen tot jacht verbouwd. (aatned.nl)
  • Ijzer
    Fe. Dichtheid 7,86 kg/m3. Metaal dat in de bouw zeer veel is toegepast, vooral voor het opnemen van trekkrachten in verankeringen, trekstangen e.d.. Het heeft het nadeel dat het sterk kan corroderen (roesten), waarna door volumevermeerdering schade aan bouwdelen kan optreden. Ook gebruikt voor spijkers, hang- en sluitwerk, siersmeedwerk en vele andere doeleinden. In XVII werd vooral vanwege de taaiheid en buigbaarheid veel ijzer uit Zweden betrokken en als zodanig in bestekken vermeld.Kan ook worden gegoten in vormen. Gietijzer bevat 3-5 koolstof, is bros en kan geen trekkrachten opnemen. Smeedijzer bevat ongeveer 0,1 koolstof. IJzer met zeer weinig koolstof wordt staal genoemd.
Vervaardiging
Maker
  1. Gerrit Ritske Kruissink ()
Datering
Aankoop & Licentie
Verworven
opdracht 1 september 1962
Licentie
BY-SA
Locaties
  • Krabbersgat