Datering
Maker Onbekend

Vier flessenscheepjes met het veerschip Jan Nieveen in haar gedaantes gedurende vier verschillende periodes.

Vier flessenscheepjes. Identieke flessen met steeds een scheepsmodel van het veerschip Jan Nieveen. de scheepjes zijn gebouwd in vier verschillende uitvoeringen die corresponderen met een bepaalde periode in de geschiedenis van het schip. A: na de nieuwbouw in 1928-1952 met een gesloten stuurhuis tot juist voor de hoge schoorsteen van de stoommachine; B: 1952-1960, met een verlengd stuurhuis en een nieuwe schoorsteen na ombouw tot motorschip; C: 1975-1977, Wit geschilderd en met een lange salon boven het voormalige ruim. De laadmast is vervangen door een kortere mast op het voorschip; D: 1983, weer zwart geschilderd met verhoogde schoorsteen. De modellen staan op houten standers.
Technische gegevens: Bouwjaar 1928. Bouwwerf: Prins te Arnhem. Ontwerp: Scheepsbouwkundig Bureau Cornelissen. Afmetingen: lengte 45.40 meter, breedte 6.40 meter,holte 2.75 meter. Hoewel de motor al met succes zijn intrede had gedaan, besloot de rederij tot het plaatsen van een stoommachine (van 17 atm.) in het schip. Vanaf 1710 (Albert Haunus te Lemmer) werd er een geregeld veerdienst onderhouden tussen Amsterdam en Lemmer. Tot 1828 geschiedde dat met uitsluitend zeilschepen (Lemster beurtmannen). In 1828 kwam het eerste stoomschip op dit traject: het S.S. IJssel. Niet alleen goederen, maar ook vee en personen werden over de Zuiderzee vervoerd. In 1870 werd door Reint (1824-1904), Jan (1826-1910) en Geert (1828-1905) Nieveen uit Groningen de Groningen-Lemmer Stoomboot Maatschappij opgericht. In 1874 lieten ze de Groningen III bouwen voor het vervoer tussen Lemmer en Amsterdam. Later volgde nog de Groningen IV, de Lemmer en de Amsterdam. In 1928 werd het vlaggenschip van de rederij gebouwd: de Jan Nieveen. Met veel succes onderhield het schip de lijn Lemmer Amsterdam. In 1951 werd de stoommachine vervangen door een viercilinder Bronsmotor van 250 pk. In de jaren vijftig verminderde het aantal passagiers. De auto won terrein en het vervoer over land werd gemakkelijker en sneller. In 1959 werd het schip uit de vaart genomen. Het schip zou daarop gesloopt worden te Amsterdam. W. Tieleman redde het schip van de sloop en verbouwde het schip tot rondvaartboot (kajuit in het ruim en een deksalon). Het schip werd wit geschilderd en hernoemd in IJsselhaven. Het schip werd gebruikt voor rondvaarten in Hellevoetsluit. In het 1961 werd het schip gekocht door de Verenigde Onafhankelijke Sleepdienst Rotterdam. In 1975 kocht J.S. van Gurp te Middelharnis het schip (nieuwe naam: Wolga) die er rondvaarten mee deed in de Biesbosch. In 1977 werd het schip gerestaureerd op kosten van een aantal Lemsters en de Lemster V.V.V. Het schip keerde terug in Lemmer. In 1983 was het schip in eigendom van Piet Burgers te Lemmer. In 1987 werd het gekocht door Arthur Nikkessen om te worden gebruikt als party-cruiseschip. Hij bracht het daarop deels weer terug in haar oorspronkelijke staat. In 1989 werd het verkocht naar Mariehamn (Finland) waar het anno 2021 onder de naam F.P. von Knorring nog steeds wordt gebruikt als restaurantschip.
literatuur: - Anne Wielinga en Johan Salverda De Lemmerboot, levenslijn tussen Amsterdam en Lemmer (Leeuwarden, 1983)

Identificatie
Titel
Vier flessenscheepjes met het veerschip Jan Nieveen in haar gedaantes gedurende vier verschillende periodes.
Objectnummer
FSM-2021-022
Objecttype
  • Scheepsmodellen
    Nabootsing van een vaartuig op klein formaat. (Encyclo.nl)
Persistente URL
http://hdl.handle.net/21.12111/fsm-collect-1000025903
Over
Onderwerpen
  • Veerschepen
  • Veerdiensten
  • Lemmer
  • Amsterdam
Werk
Hoogte
12 cm
Lengte
25.5 cm
Museum
Fries Scheepvaart Museum
Vervaardiging
Maker
  1. Onbekend
Datering
Materiaal
  • Glas
    Glas is de verzamelnaam voor hard, doorzichtig, niet kristallijn materiaal, bereid uit gesmolten zand, kalk en soda (natriumcarbonaat) of potas (kaliumcarbonaat). Met 'niet kristallijn' wordt bedoeld dat glas een gestolde vloeistof is.
  • Hout
    Hout is een bouwmateriaal, afkomstig van boomstammen en -takken. Naast merg, spint en schors vormt het daarvan het voornaamste bestanddeel. Ten noorden van de Alpen is hout van oudsher het belangrijkste bouwmateriaal. Onderscheiden worden naaldhout van naaldbomen (dennen, grenen, vuren) en loofhout van loofbomen (eiken, beuken enz.). De stammen werden meestal in het groeigebied gekantrecht en per vlot of in een schip over water vervoerd. De houthandel en -nijverheid concentreerden zich in Nederland vooral in Dordrecht, Amsterdam, Deventer en later ook in de Zaanstreek. Voor regionaal gebruik concentreerde de houthandel zich ook in plaatsen als ’s-Hertogenbosch, Schoonhoven en Tiel. (Haslinghuis)
Aankoop & Licentie
Licentie
BY-SA