Datering
Maker Folkert Nicolaas van Loon

Kopie van een scheepsbouwtekening van een trekschuit door Folkert Nicolaas van Loon.

Kopie van een scheepsbouwtekening van een trekschuit. Lichtdruk van een calque, die van het origineel is overgetrokken. Zijaanzicht en lijnenplannen in bovenaanzicht. Opschriften: "Aanmerkingen: Deze schuit biedt een aangenaam verblijf door de stand van een minder verdeelde lichtgeving en de hogere tent met verticaal staande wanden, (...) en hoge zitbanken en ruime roef, voorzien van ene commode ingang. De stuurplaats is langer en door een rondgaande zitbank geschikt voor meerder perzonen die buiten verkiezen te zitten. De sluiting van de lichtramen geschiedt door een schuifblind lopende op kopere schijfjes langs een vrijstaande ijzere strook buiten aan de Tent en de ingangdeuren der roef zijn insgelijks schuiven, die binnen de schotten lopen. De luchtgeving geschiedt door opschuiving der glasramen op de wijze van een gewoon schuifraam. Zij kunnen ook gemaakt worden dat het bovenste glasraam het beneden nederraam voor bij schuift. Deze lichtramen zijn in een cosijn gevat, pen en gat, ordinair gemaakt met 2 middelstijlen. De bovendrempel van dat cosijn is even zo lang als de roef zelf en op de bovendrempel rusten de dekbalkjes, ingekeept zodat alles een hegt verband bezit. (...) vier gelijkmatige voltooyd".
Voor verschillende steden maakte Van Loon tekeningen van trekschepen, die uiterlijk weinig van elkaar verschilden. De gouverneur van Friesland vond dat de trekschuiten in Friesland qua inrichting en snelheid verbeterd moesten worden en Van Loon mocht een ontwerp maken. Van Loon noemt in zijn boek Handleiding tot den Burgerlijken Scheepsbouw (Workum, 1838) de voordelen van zijn ontwerp. De trekschuit van Van Loon heeft een hoge roef met verticale wanden. Dat maakt de roef ruim en biedt de mogelijkheid een brede bank te plaatsen. Passagiers kunnen daardoor rechtop zitten. In het achterschip is een grote ronde bank, zodat passagiers ook daar kunnen zitten. De ramen kunnen geopend worden, zodat er frisse lucht binnen kan komen. De inrigting van dit vaartuig is voor den reiziger zeer gemakkelijk, door de regt opstaande zijden en voldoende hoogte van de tent. De ingang is door een klein trapje in den vloer van den stuurplecht (…) gemakkelijk en wanneer de reizigers des zomers verkiezen buiten te zijn, biedt eene in den stuurstoel rondgaande bank (…) eene ruime zitplaats aan”. De trekschuit van Van Loon had weinig diepgang en rond lopende lijnen. Dat maakte dat het schip licht door het water bewoog. De ontwerpen van Van Loon zijn geleverd aan de stadsbesturen van Leeuwarden, Sneek, Leeuwarden en Dokkum. De meeste Van Loon-trekschuiten zijn gebouwd op de werf van de gebroeders Ypes te Franeker. Folkert Nicolaas van Loon is geboren te Harlingen op 6 dec. 1775. Zoon van Nicolaas van Loon (notaris en advocaat te Harlingen) en Trijntje Fokertsdr. Schellingwouw. In 1780 kocht vader Nicolaas de houtzaagmolen De Noordsche Hengst, vier jaar later overleed hij. Folkert en zijn jongere broer Anrnoldus waren toen wees, want in 1779 was hun moeder al overleden. Aanvankelijk bleven de beide jongens wonen in het ouderlijk huis. Ze werden verzorgd door Anna van Loon, een jongere en ongehuwde zuster van hun vader. Zij trouwde in 1786 met Bouwe Fontein (burgemeester van Harlingen). Arnoldus ging wonen bij de familie Fontein en Folkert kwam terecht bij Benedictus Jongsma, predikant te Peins. Toen Jongsma een beroep buiten Friesland kreeg werd Folkert in 1793 geplaatst bij een patroon: de Leeuwarder koopman Wytze Sybrands, die een houtzagerij op het Vliet had. Kennelijk was Folkert voorbestemd de houthandel van zijn vader over te nemen. Toen hij dat in 1795 wilde doen bleek dat een van de voogden, oom Allard van Scheltinga, niet bereid was de nalatenschap finaal af te rekenen. Op 27 dec. 1795 trouwde Folkert van Loon met Hiske Dirks (Stedehouwer) uit Dronrijp. Ze gingen wonen aan het Vliet in Leeuwarden. Omdat de houthandel van zijn baas Sybrands niet floreerde en hij niet het bedrijf van zijn vader nog niet over kon nemen, werd hij in 1797 secretaris van de grietenij Rauwerderhem. Ze verhuisden naar Jirnsum. Als gevolg van politieke troebelen en de terugkeer van de eerder ontslagen secretaris, werd Folkert van Loon al in 1798 ontslagen. Hij was inmiddels een handel in zuivelproducten begonnen. De houtzaagmolen in Harlingen werd overgebracht naar Jirnsum en daar in 1800 herdoopt in "De Twee Gebroeders" (Folkert en Arnoldus). De zaken in zuivel en hout verliepen zeer voorspoedig. In Jirnsum hield hij zich ook bezig met zeilen en kwam als houthandelaar in contact met scheepsbouwers. Hij verdiepte zich in de vorm van de schepen en in in drijfvermogen. Hij deed dit aanvankelijk uit liefhebberij. In 1804 overleed Folkerts vrouw Hiske. Zij hadden geen kinderen. Hij hertrouwde in 1807 met Jelliana Coulon (dochter van de Leeuwarder burgemeester Carel Coulon). Ze kregen 8 kinderen. In 1810 overleed Arnoldus te Amsterdam. Hij was dr. in de filosofie en net als Folkert lid van de Amsterdamse Vrijmetselaarsloge La Bien Aimee. Folkert van Loon vervulde diverse openbare functies: commissaris tot onderzoek van de belastinge, Ontvanger der grondbelasting in het arrondissement Sneek (1810), Maire van Rauwerderhem (1811), Assessor van Rauwerderhem (1816). Het verschafte hem een basisinkomen. De inkomsten uit de zuivelhandel (export op Engeland) waren rond 1813 terug gelopen als gevolg van het continentaal stelsel. Na 1816 trok de handel weer aan. In Engeland hield Van Loon zich niet allee bezig met de zuivelhandel. Hij bestudeerde er ook de scheepsbouw. In 1820 raakte de zuivelhandel in de versukkeling. Hij verkocht deze bedrijfstak en met de opbrengst ervan kocht hij het aandeel in de model van Pieter Stedehouwer. Deze had de dagelijkse leiding op de molen en had het aandeel in de molen gekocht van Folkerts broer Arnoldus. Om zijn ideeen over scheepsbouw te testen bouwde hij het platbodem zeiljacht Mercurius (13.6 meter lang en 4.25 meter breed) in Terherne. Hij had het bedoeld als voorbeeld van een handelsscheepje. Zijn ontwerp was onder andere gebaseerd op de studie van dieren die snel op of onder water konden zwemmen: de snoek en de meeuw. Hij kwam tot een verhoudingenstelsel en de zogenaamd sferoïdale omvangslijn. Deze vorm nam hij over op modellen, die uitgebreid werden getest. Proefnemen met schaalmodellen was toen zeer vernieuwend. In 1818 schreef de Huishoudelijke Maatschappij te Haarlem een prijsvraag uit voor ideeën ter verbetering van de scheepvaart. Folkert van Loon deed mee: hij zond de "Beschouwing van den Nederlandschen Scheepsbouw met betrekking tot Deszelfs Zeillaadje" in. Hij won er een zilveren medaille mee. Het bekroonde geschrift werd in boekvorm uitgegeven. In 1820 correspondeerde Van Loon ook met Jhr. H.J. Ortt (medeoprichter van de Zuid Hollandsche Redding Maatschappij in 1824) over een nieuwe type zeil- en roeireddingboot. Van Loon raakte meer en bekend als ontwerper. Hij kreeg opdracht "van de heeren te Zaandam" een driemastkof (galjoot) te ontwerpen. In 1820 overleed zijn zoon Arnoldus. Ook zakelijk ging het na 1820 niet goed. In 1822 moest de molen verkocht worden. Nu was Folkert van Loon alleen nog ontvanger van grondbelasting. In 1822 werd hij ontvanger in Dokkum, waar het gezin ook naar toe verhuisde. In 1825 waagde hij de stap: hij verhuisde hij naar Harlingen en begon daar een bureau voor scheepsarchitectuur. Hij had veel succes en zijn kunde oogste bewondering bij scheepsbouwers in geheel Nederland. In 1831 verhuisde Van Loon naar Leeuwarden. Hij kreeg opdrachten uit heel het land (Hoogheemraadschap Rijnland bijvoorbeeld) en liet ontwerpen graag uitvoeren in Friesland (Eeltje Teadzes Holtrop te IJlst bijvoorbeeld of de gebroeders Ypes te Franeker). Folkerts zoon Carel Willem van Loon maakte ook tekeningen. In 1838 bracht Van Loon zijn ideeen uit in een boek met een platenatlas. Hij was daartoe aangezet door Gerard M. Röntgen (bestuurder van de werf Feijenoord te Rotterdam) en bekostigd met een bijdrage van f. 1000,= door het Fonds tot Aanmoediging der Nationale Nijverheid. Het werd de Handleiding tot de Burgerlijke Scheepsbouw. Op 13 dec. 1840 overleed Folkert van Loon na een korte ziekte.
literatuur: - F.N. van Loon, Handleiding tot den burgerlijken scheepsbouw, Buitenpost 1980 (facsimile) - W.F. Broos, 'F.N. van Loon (1775-1840) een vergeten friese scheepsontwerper' in: Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1980, pp. 90.

Identificatie
Titel
Kopie van een scheepsbouwtekening van een trekschuit door Folkert Nicolaas van Loon.
Objectnummer
FSM-2009-072
Objecttype
  • Reproducties
    Wordt gebruikt voor kopieën van kunstafbeeldingen, kunstobjecten of andere gewaardeerde afbeeldingen of objecten, die zijn gemaakt zonder de bedoeling te misleiden; heeft betrekking op kunstafbeeldingen, ook fotografische reproducties; duidt op een meer precieze en getrouwe imitatie dan de term 'kopieën (afgeleide objecten)'. Gebruik de term 'vervalsingen' als er sprake is van misleiding.
  • Scheepsbouwtekeningen
Persistente URL
http://hdl.handle.net/21.12111/fsm-collect-1000021654
Over
Onderwerpen
  • Trekschuiten
    Over het algemeen wordt de term trekschuit gebruikt voor scheepjes, die voornamelijk passagiers en hun bagage vervoerden. Zij deden ook aan pakket en postbezorging. (www.debinnenvaart.nl)Vaartuig dat werd gejaagd; als regel werd een jaagschuit gebruikt in de beurtvaart of voor personenvervoer.
Werk
Hoogte
59.3 cm
Lengte
85.0 cm
Museum
Fries Scheepvaart Museum
Vervaardiging
Maker
  1. Folkert Nicolaas van Loon
Datering
Materiaal
  • Papier
    Verwijst in het algemeen naar alle typen vervilte vellen of weefsels die bestaan uit vezels, die uit in water gedompelde pulp zijn gevormd en gedroogd op een fijn schepraam. De vezels kunnen dierlijk zijn, zoals haar, zijde of wol, of mineraal, bijvoorbeeld asbest. Ook kunstvezels zijn een mogelijkheid. Het meeste papier wordt echter gemaakt van plantenvezels van bijvoorbeeld houtpulp, gras, katoen, linnen en stro. Van Dale)Refers generally to all types of thin matted or felted sheets or webs of fiber formed and dried on a fine screen from a pulpy water suspension. The fibers may be animal, such as hair, silk or wool, or mineral, such as asbestos, or synthetic. However most paper is made from cellulosic plant fiber, such as from wood pulp, grass, cotton, linen, and straw.
Aankoop & Licentie
Licentie
BY-SA

Trefwoorden