Datering

Duwslede

Duwslede, met op de achterzijde een geschilderd tafereel met een ijstentje.

Uitgebreide beschrijving

Eenvoudige duwslede, donkergroen en lichtgroen geschilderd. Aan de achterzijde een beschilderd ijstafereel. De duwboom is aan de zijkant van de slede bevestigd d.m.v. twee ijzeren beugels. het achterbord loopt aan de bovenzijde rond en reikt tot aan het dwarshout van de duwboom. De zijkanten van de slede lopen trapsgewijs af tot halverwege en vervolgens weer op eindigend in een ronding. Het ijzerbeslag van de glijers loopt gedeeltelijk aan de bovenzijde door. Beschrijving: 1: duwsleetje, waarvan duwinrichting aan de; buitenkant op de zijkanten doorloopt.; Beschrijving: 2: beschildering: de achterkant van de rugleuning van het sleetje is beschilderd met een ijstafereel; er zijn een groot aantal schaatsers die op een sloot schaatsen voorgesteld. Op het ijs staat een tentje ('koek-en-zopie') versierd met een rood-wit-blauw gestreepte vlag. Bij het tentje zit een vrouw en in het tentje staat een vrouw die bezig is iets uit een kan te schenken. Links op de achtergrond is een oever met een boom zichtbaar. Aan de rechter zijkant is een oever voorgesteld met een huis en een groot aantal bomen. Op de staande delen van de duwinrichting en op de zijkanten zijn resten van een blauw-groene beschildering. De voorkant; van de rugleuning is grijs met een donkerder grijze rand en de rest van het sleetje is onbeschilderd.

Identificatie
Titel
Duwslede
Objectnummer
004175
Handle
http://hdl.handle.net/21.12111/zzm-collect-15973
Objectcategorie
Voertuigen
Objecttype
  • duwslee
Werk
Breedte
36.0 cm
Hoogte
84.0 cm
Diepte
73.0 cm
Museum
Zuiderzeemuseum Enkhuizen
Vervaardiging
Datering
Materiaal
  • eikenhout
    Eiken is het hout van de Quercus robur. Het hout is hard en goed bestand tegen water. Het is in Noord-Europa op grote schaal gebruikt in de bouw, voor schepen, meubels en panelen. (Conservation Dictionary)Eikenhout is het hout van de eikenboom. Eikenhout is een zeer duurzame houtsoort met wijde poriën, en met brede glinsterende spiegels wanneer het dosse gezaagd is. Het is belangrijk materiaal voor balken, kappen, kozijnen, deuren, betimmeringen e.d.. Tot in de 17e zeer algemeen toegepast, tegenwoordig door schaarste kostbaar en als timmerhout vrijwel geheel door naaldhout verdrongen. Het laat zich goed besnijden en is daarom geschikt voor het maken van meubels. Voor betimmeringen gebruikte men graag wagenschot en gekloofde planken. Eikenhout werd doorgaans aangeduid naar de plaats van herkomst of naar de doorvoerhaven: bv. Deventer hout, Zutphense planken, Hasselts hout (aangevoerd langs de Overijsselse Vecht), Rijns eiken, Wezels hout (langs de Lippe, Ruhr en Rijn aangevoerd), Brabants hout. Noords eikenhout kwam uit Noord-Duitsland en de Oostzeelanden. In Oost-Nederland werd veel inlands eiken verwerkt. Thans is er in hoofdzaak Frans, Westfaals en Slavonisch eiken in de handel. (Haslinghuis)
  • grenenhout
    Grenenhout is een houtsoort dat afkomstig is van de grove den (Pinus silvestris) met roodbruine noesten en jaarringen, harsrijk, vrij duurzaam. Deze houtsoort is voornamelijk uit Scandinavië en de Oostzeelanden ingevoerd. Oorspronkelijk werd het aangeduid als vuren, doordat de grove den in Noorwegen furuen wordt genoemd. Het hout van de zilverspar (granen) wordt sinds de 17e eeuw in Nederland vuren genoemd, dat van de grove den grenen. Deze verwarrende naamsverwisseling dient bij het lezen van oude bronnen terdege in de gaten gehouden te worden. (Haslinghuis)
  • verf
    Iedere dispersie van een pigment in een oplosmiddel van water, olie of een andere organische stof. (AAT-Ned)
Verwerving en licentie
Verworven
overdracht 1 januari 1952
Copyright
BY-SA
Reproductie
Vervaardiger van reproductie
Wim Zandbergen