Datering
Vervaardiger Scheepswerf Zwolsman

Wieringer aak 'WR 3'

De Wieringer aak is een zwaar en breed visserschip, dat in Friesland werd gebouwd. Het schip werd gebruikt in Texel en Wieringen voor de vangst van wier, alikruiken, wulken, mosselen en zeesterren op het wad.De aak is een platbodem met een lage kop en een vrij hoog achterschip. De voorsteven is in tegenstelling tot de rechte achtersteven gebogen. Er is een vaste voor – en achterplecht met kooien in het vooronder. De ruimte daartussen kon worden afgesloten met losse planken, de zogenaamde ‘stelling’. Daarin liet men tijdens de wieroogst het wier uitlekken. Het roer is breed en heeft een ronde kop. Het schip voert een gaffeltuigage en een fok met kluiver als voorzeilen. In verband met het vaargebied is de fok klein gehouden. Deze loopt via een overloop, zodat makkelijk overstag kan worden gegaan. De bun in het schip werd, mits droog gemaakt, ook gebruikt voor het vervoer van mosselen en wier. De Wieringer akenvloot bedroeg omstreeks 1900 vijftig stuks.

Uitgebreide beschrijving

Documentatie Wieringer Aak WR-3 (ZZM 007801) Vissersschip met tuig en toebehoren. De Wieringer aak is een zwaar en breed vissersschip met een platte bodem. De kop is laag en het achterschip is relatief hoog. De voorsteven is gebogen en de achtersteven is recht. Er is een vaste plecht met kooien in het logies en een hok tussen het ruim en het logies. Het ruim kan met losse delen gedekt worden, een zogenaamde stelling. Het roer is breed en heeft een ronde kop, De tuigage is een bezaantuig met fok en kluiver. De fok is klein en loopt over een overloop. De bun kan eventueel drooggemaakt worden voor het vervoer van mosselen en wier. Het dossier bevat nogal wat tegenstrijdige gegevens. Nazien in het CVR is gewenst. OUDE CODE SM A 07. VISSERIJNUMMER: Jantje / Drie Gezusters WR 3 / TX 23 / TX 27. HISTORISCHE BIJZONDERHEDEN: BOUW: Dit schip zou volgens scheepsbouwer de Wijn uit Texel gebouwd zijn in Makkum op de werf van Zwolsman. Het schip is gebouwd voor de gebroeders Boon uit de Cocksdorp. Deze gebruikten het schip om ermee te jutten en voor het bergen van schepen. Verder werd er met de aak op bot en kokkels gevist. Het schip is tot 1963 op Texel geweest. De geschiedenis is dus voornamelijk Texels. BOUWJAAR: CVR: Zwolsman, Workum 1913 of voor 1911 De Wijn: Zwolsman, Makkum. EIGENAARS (in chronologische volgorde):naam: eigenaar: plaats: data: Drie Gezusters TX 27 Cornelis Boon Mz., Cocksdorp 1911?-1922 Drie Gezusters TX 27 Wed. Corn.Boon Mz./Lageveld Cocksdorp -1946 Drie Gezusters TX 27 C.A. Boon Czn./Jn. Boon Czn.Cocksdorp -1956 Jantje TX 23 Pieter Krijnen, Oudeschild -1963 Jantje WR 3 Sieuwert Klein, Den oever -1964 via fa. Laan en Kooy, Den Oever verkocht naar ZZM -1964 MOTOR: geen (eruit gehaald ZZM); 1939: van motor voorzien: 16 pk Lister diesel ruwoliemotor 2 cylinder. 1950: 25 pk Bolinder gloeikop ruwolie 1 cylinder. SCHEEPSTYPE: Een Wieringer aak is een zwaar en breed vissersschip. De ontwikkeling van het schip is onduidelijk. De voornaamste werven bevonden zich in Friesland: Makkum, Workum en Hindeloopen. In Hindeloopen werden iets lichtere schepen gebouwd. De aak is een platbodem, met een plat vlak en lage kop en een redelijk hoog achterschip. De lengte varieert van 38-43 voet (circa 10.80-12 meter), bij een breedte van ca 4 meter. De voorsteven is gebogen, de achtersteven recht en vallend. Het roer is breed met een ronde kop. Er is een vaste plecht met kooien in het logies en een hok tussen ruim en logies. Het achterschip kon dicht gelegd worden met planken, de stelling. Het schip voert een bezaantuig en een fok met kluiver als voorzeilen. In verband met het vaargebied was de fok klein en liep via een overloop, zodat makkelijk overstag gegaan kon worden. De bun in het schip kon eventueel droog worden gemaakt voor het vervoer van mosselen en wier. Het type werd gebruikt op Texel en Wieringen. Samen met blazers, welke meer voor de Noordzeevisserij gebouwd waren, kwam de aak in dit deel van de Zuiderzee voor. Er zouden op Wieringen rond 1900 ca 25 blazers en 50 aken hebben gevaren. Na de eeuwwisseling nam de belangstelling voor het vissen op de Noordzee af en werd de aak het meest gebruikte scheepstype in deze contreien. VISSERIJ: De aken werden gebruikt voor de visserij op het ondiepe wad op alikruiken en wulken. Tevens werd er wier mee gevist, oftewel mee vervoerd naar de vaste wal. Een andere visserij was die op mosselen, garnalen en zeesterren. De gebruikte vistuigen waren diverse soorten korren. Voor het alikruiken vissen waren dat kleine ijzeren schepvormige netjes, welke met 6 tot 8 spantjes (van elk twee stuks) over het boord hingen. Telkens werd een kor opgehaald en geleegd. Dat ging achter elkaar door. De wieroogst was van juni tot half augustus. Het wier werd met eb gemaaid en het losdrijvende spul werd opgevangen in netten. Met een hark werd het wier aan boord gebracht en kon dan op de stelling uitlekken. Na een dag hard werken werd de vangst naar de; wal gebracht om er te verwateren en de drogen voor gebruik in matrassen e.d. INFORMANTEN: C. de Wijn, Oudeschild, Texel;

Identificatie
Titel
Wieringer aak 'WR 3'
Objectnummer
007801
Handle
http://hdl.handle.net/21.12111/zzm-collect-14867
Objectcategorie
Vaartuigen
Objecttype
  • Wieringer aak
    Ontwikkeld en gebouwd te Hindelopen, Makkum en Workum. De Wieringer aak is verwant aan de Lemmeraak, maar is korter en breder en heeft een lagere kop en een breder boeisel. De voorsteven is gebogen en vallend, de achtersteven recht en vallend. Het schip voerde smalle zwaarden. (aatned.nl)
Werk
Breedte
462.0 cm
Lengte
1334.0 cm
Museum
Zuiderzeemuseum Enkhuizen
Vervaardiging
Vervaardiger
  1. Scheepswerf Zwolsman (vervaardiger)
Datering
Materiaal
  • hout
    Hout is een bouwmateriaal, afkomstig van boomstammen en -takken. Naast merg, spint en schors vormt het daarvan het voornaamste bestanddeel. Ten noorden van de Alpen is hout van oudsher het belangrijkste bouwmateriaal. Onderscheiden worden naaldhout van naaldbomen (dennen, grenen, vuren) en loofhout van loofbomen (eiken, beuken enz.). De stammen werden meestal in het groeigebied gekantrecht en per vlot of in een schip over water vervoerd. De houthandel en -nijverheid concentreerden zich in Nederland vooral in Dordrecht, Amsterdam, Deventer en later ook in de Zaanstreek. Voor regionaal gebruik concentreerde de houthandel zich ook in plaatsen als ’s-Hertogenbosch, Schoonhoven en Tiel. (Haslinghuis)
  • ijzer
    Fe. Dichtheid 7,86 kg/m3. Metaal dat in de bouw zeer veel is toegepast, vooral voor het opnemen van trekkrachten in verankeringen, trekstangen e.d.. Het heeft het nadeel dat het sterk kan corroderen (roesten), waarna door volumevermeerdering schade aan bouwdelen kan optreden. Ook gebruikt voor spijkers, hang- en sluitwerk, siersmeedwerk en vele andere doeleinden. In XVII werd vooral vanwege de taaiheid en buigbaarheid veel ijzer uit Zweden betrokken en als zodanig in bestekken vermeld.Kan ook worden gegoten in vormen. Gietijzer bevat 3-5 koolstof, is bros en kan geen trekkrachten opnemen. Smeedijzer bevat ongeveer 0,1 koolstof. IJzer met zeer weinig koolstof wordt staal genoemd.
  • zeildoek
    Zeildoek (ongekeperd linnen of katoen) is een sterk weefsel dat kan worden gebruikt als schildersdoek of bedoekingsmateriaal. In het Engels heet het duck (eend) omdat het waterafstotend is.
  • touw
    Koord; bundel garen die eerst tot een draad gesponnen wordt, waarna meerdere draden tot een streng of kardeel worden geslagen. Meerdere kardelen bij elkaar vormen een touw.Zwaar koord, tenminste 6,35 mm in diameter, dat is gevormd door twee of meer strengen van natuur- of kunstvezel ineen te draaien. (Toegepaste Kunst Project, RKD)
Verwerving en licentie
Verworven
aankoop 19 mei 1964
Copyright
BY-SA
Locaties
  • Wieringen
Reproductie
Vervaardiger van reproductie
Picturae