Datering

Kast

Assendelfter kast', onbeschilderd

Uitgebreide beschrijving

Zgn. 'Assendelfter kast', onbeschilderd; bestaande uit een boven- en onderkast. De bovenkast bestaat uit een geprofileerde kap en tussen de hoekstijlen twee deurtjes met; geprofleerde omlijsting en paneel met vlak kussen, waartussen een vaste middelstijl. Daaronder heeft de kast een open toog, afgezet met een rondgeholde tandlist in boogvorm, aan de zijkanten eindigend in een krulvorm en met een tienbladig rozet in de zwikken. Onder de toog is tussen de hoekstijlen, over de volle breedte een lade, het front door geprofileerde omlijstingen in twee velden verdeeld, met op elk veld een gedraaide houten knop. Tussne lade en toog en tussen toog en bovendeurtjes is een geprofileerde regel, die tot op de hoekstijlen doorloopt. De naad tussen boven- en onderkast is afgedekt met een geprofileerde middelregel die deel uitmaakt van de onderkast en welke op de zijkanten van de kast doorloopt.; In de onderkast zijn tussen de hoekstijlen twee deuren met een geprofileerde omlijsting en een paneel met valk kussen. De rechter deur heeft een brede slaglijst die fungeert als middelstijl. De kast heeft een bolle plint en staat voor op twee bolpoten en achter op sleepoten die zowel langs de zijkanten als langs de achterkant van de kast lopen.; Zijkanten: De zijkaanten zijn vlak met uitzondering vna de kap, de middelregel en plint, die van de voorkant op de zijkanten doorlopen.; Achterkant: de achterkant bestaat van zowel boven- als onderkast uit negen verticale planken, waarvan de naden van boven- op onderkast doorlopen. Elke plank is voorzien van messing en groef, behalve de vierde plank van links met twee messingen en de vijfde plank van links met twee groeven.; Hang- en sluitwerk: In de paneelomlijstingen van de bovendeuren zijn sleutelgaten met elk een bladvormig metalen slotplaatje; hier achter is links een ingelaten slot en rechts een opgenageld slot. In de onderkast is in de middenstijl een sleutelgt, afgezet met een ruitvormig metalen slotplaatje, waar achter een opgenageld slot.; Binnenkant: De bovenkast is achter de middelstijl in tweeën gedeeld; in beide kastdelen is een smal plankje. In de onderkast is achter de deuren een plank over de volle diepte van de kast.

Identificatie
Titel
Kast
Objectnummer
B001283
Handle
http://hdl.handle.net/21.12111/zzm-collect-12081
Objectcategorie
Meubilair
Objecttype
  • kast (meubilair)
    Bergplaats, meestal afgesloten met een of meer deuren, losstaand of ingebouwd. (Haslinghuis)Meubelstuk om alle mogelijke zaken in op te bergen. Staat veelal op poten of een voetlijst, heeft een of meer deuren en aan de binnenzijde legplanken, laden of een kledingrek. Kasten in kerken en kloosters kunnen deel uitmaken van de kerk- of klooster-geschiedenis, vanwege functie en gebruik. (Religieus Erfgoedthesaurus)
Werk
Hoogte
190 cm
Diepte
50 cm
Lengte
120 cm
Museum
Zuiderzeemuseum Enkhuizen
Vervaardiging
Datering
Materiaal
  • eikenhout
    Eiken is het hout van de Quercus robur. Het hout is hard en goed bestand tegen water. Het is in Noord-Europa op grote schaal gebruikt in de bouw, voor schepen, meubels en panelen. (Conservation Dictionary)Eikenhout is het hout van de eikenboom. Eikenhout is een zeer duurzame houtsoort met wijde poriën, en met brede glinsterende spiegels wanneer het dosse gezaagd is. Het is belangrijk materiaal voor balken, kappen, kozijnen, deuren, betimmeringen e.d.. Tot in de 17e zeer algemeen toegepast, tegenwoordig door schaarste kostbaar en als timmerhout vrijwel geheel door naaldhout verdrongen. Het laat zich goed besnijden en is daarom geschikt voor het maken van meubels. Voor betimmeringen gebruikte men graag wagenschot en gekloofde planken. Eikenhout werd doorgaans aangeduid naar de plaats van herkomst of naar de doorvoerhaven: bv. Deventer hout, Zutphense planken, Hasselts hout (aangevoerd langs de Overijsselse Vecht), Rijns eiken, Wezels hout (langs de Lippe, Ruhr en Rijn aangevoerd), Brabants hout. Noords eikenhout kwam uit Noord-Duitsland en de Oostzeelanden. In Oost-Nederland werd veel inlands eiken verwerkt. Thans is er in hoofdzaak Frans, Westfaals en Slavonisch eiken in de handel. (Haslinghuis)
  • grenenhout
    Grenenhout is een houtsoort dat afkomstig is van de grove den (Pinus silvestris) met roodbruine noesten en jaarringen, harsrijk, vrij duurzaam. Deze houtsoort is voornamelijk uit Scandinavië en de Oostzeelanden ingevoerd. Oorspronkelijk werd het aangeduid als vuren, doordat de grove den in Noorwegen furuen wordt genoemd. Het hout van de zilverspar (granen) wordt sinds de 17e eeuw in Nederland vuren genoemd, dat van de grove den grenen. Deze verwarrende naamsverwisseling dient bij het lezen van oude bronnen terdege in de gaten gehouden te worden. (Haslinghuis)
Verwerving en licentie
Verworven
bruikleen 21 juli 1967
Copyright
BY-SA
Naamsvermelding
Bruikleen Vereniging Vrienden van het Zuiderzeemuseum
Locaties
  • Zaanstreek
Reproductie
Vervaardiger van reproductie
Wim Zandbergen

Trefwoorden