Datering
Auteur B. Harres

De zamenstelling der voornaamste timmerwerken : een practisch handboek voor ambachtslieden

Handboek over houtsoorten, houtverbindingen en houtconstructies.ISBD

Identificatie
Titel
De zamenstelling der voornaamste timmerwerken : een practisch handboek voor ambachtslieden
Over
Trefwoorden
  • hout
    Hout is een bouwmateriaal, afkomstig van boomstammen en -takken. Naast merg, spint en schors vormt het daarvan het voornaamste bestanddeel. Ten noorden van de Alpen is hout van oudsher het belangrijkste bouwmateriaal. Onderscheiden worden naaldhout van naaldbomen (dennen, grenen, vuren) en loofhout van loofbomen (eiken, beuken enz.). De stammen werden meestal in het groeigebied gekantrecht en per vlot of in een schip over water vervoerd. De houthandel en -nijverheid concentreerden zich in Nederland vooral in Dordrecht, Amsterdam, Deventer en later ook in de Zaanstreek. Voor regionaal gebruik concentreerde de houthandel zich ook in plaatsen als ’s-Hertogenbosch, Schoonhoven en Tiel. (Haslinghuis)
  • houtbewerking
    Het modelleren van hout in brede zin .
  • houtbouw
    Wijze van bouwen waarbij uitsluitend hout als bouwmateriaal wordt gebruikt, ev. op enige steen voor fundamenten na. Binnen Europa vindt men de houtbouw in en ten noorden van de Alpen en in het noordelijk deel van Frankrijk. De meest primitieve vorm is die van de blokbouw, met wanden van op elkaar gestapelde boomstammen. Deze bouwwijze is verwant aan de steenbouw, wat ook blijkt uit de flauwe dakhelling. Andere vormen van houtbouw gaan doorgaans uit van een scheiding tussen dragende elementen en wandvullingen, vloeren en dakbedekking. Bij de oudste vormen zijn draagstijlen en wanden in de bodem ingegraven. Later worden deze elementen op houten of stenen ondersteuningen geplaatst. Daartoe moet de constructie zelf enige stijfheid hebben; ze is daarom voorzien van schoren en andere verstijvingen. De staafkerk in Scandinavië behoort tot de oudste vormen van deze staanderbouw. Hieruit ontwikkelt zich de vorm die vooral in houtarmere streken is toegepast. Daarbij is het (zie) houtskelet bekleed met planken of zijn de overblijvende vakken gevuld met een vlechtwerk van dunne takken, bestreken met leem, het vakwerk. Bij oude vormen gaan de stijlen door over meer bouwlagen of het hele bouwlichaam. Bij gebrek aan lang hout en ter wille van doelmatiger constructiewijzen wordt later een opbouw in bouwlagen toegepast. De dakhelling is vrijwel steeds steil, aangepast aan het klimaat met veel neerslag en wind. De gotiek met haar hoge daken en omhoogstrevende constructieve elementen is geënt op de houtbouw.In de steden vormden de houten huizen een voortdurende zorg wegens hun grote brandbaarheid. Daarom bepaalden de stadsbesturen sedert de late M.e. in toenemende mate dat stookplaatsen en buitenmuren van steen moesten zijn. Eerst betrof dit de zijmuren, later ook de gevels. Houten stijlen bleven nog een tijd lang de dragende functie vervullen. Op het Nederlandse platteland is de houtbouw nog zeer lang in gebruik gebleven, o.a. in Noord-Holland, waar tot XIX nog voorn. in hout is gebouwd. Ook door de Kringenwet, die rond bepaalde vestingwerken het optrekken van stenen gebouwen verbood, zijn elders in Nederland nog rond 1900 houten huizen opgetrokken.Opvallend is dat de koloniale architectuur in Noord-Amerika zich lang van de houtbouw heeft bediend.Tot de houtbouw dienen ook gerekend te worden houten molens, kapconstructies, torenspitsen en klokkenstoelen. (Haslinghuis)
  • timmermansbedrijf
  • hef- en trekwerktuig
    Onder de hef- en trekwerktuigen worden alle soorten werktuigen verstaan, die een hefinrichting bevatten en werktuigen, die een trekinrichting hebben.
  • kapconstructie
    Samenstel van houten ijzeren of betonnen onderdelen dat de dakbedekking draagt. Naar de wijze van ontstaan en de ondersteuningswijze kunnen houten kappen worden onderscheiden in: sporenkap, gordingenkap, stijlenkap, vakwerkkap e.d. (kapconstructie). De term wordt ook gebruikt in de zin van overkapping (stationskap, molenkap). Men gebruikt het woord ook als de spant- of gebintvorm wordt bedoeld. Anderszins kan een constructief element worden aangeduid (gebroken kap, gebroken. Bij een ziende kap is er geen stenen of houten gewelf of plafond onder de kap, zodat deze van beneden af zichtbaar is ziende. cappe vander nieuwer camer. (Haslinghuis)
Werk
Tijdsduur
Afmetingen
21 cm
Fysiek medium
boek
Uitgever
Van Goor
Digitale bron
Vervaardiging
Auteur
  1. B. Harres (auteur)
  2. Johan Godart van (1803-1875) Gendt
  3. Harres, B. (auteur)
Datering
Verwerving en licentie
Copyright
BY-SA
Auteur

B. Harres